15
minuten leestijd
Van de Bataafsche Republiek tot de bevrijding: 150 jaar muntgeschiedenis in data, gebaseerd op het standaardwerk van Jacques Schulman.
Het tijdperk van 1795 tot 1945 vormt een van de meest turbulente periodes in de Nederlandse geschiedenis. Van de val van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, via de Franse overheersing en het herstel van de monarchie, tot de donkere jaren van de Duitse bezetting — de Nederlandse munt weerspiegelt al deze omwentelingen.
In 1946 publiceerde numismaat Jacques Schulman zijn monumentale Handboek van de Nederlandsche Munten 1795-1945, een werk dat tot op heden het standaardwerk is voor verzamelaars en onderzoekers. De gegevens in dit interactieve overzicht zijn direct aan dit handboek ontleend.
De 150 jaar die dit handboek bestrijkt, kunnen worden onderverdeeld in zeven duidelijk te onderscheiden periodes. Elke periode bracht nieuwe heersers, nieuwe munttypes en vaak ook nieuwe muntplaatsen met zich mee.
De schaal van de Nederlandse muntproductie groeide enorm gedurende deze 150 jaar. Waar in de tijd van de Bataafsche Republiek nog relatief bescheiden aantallen werden geslagen, produceerde 's Rijks Munt in de periode 1840-1940 bijna 2 miljard munten — met 1938 als het drukste productiejaar.
De gouden Dukaat neemt een bijzondere plaats in binnen de Nederlandse numismatiek. Als handelsmunt (negotiepenning) werd hij niet primair voor binnenlandse circulatie geslagen, maar voor de handel met het buitenland — met name Nederlands-Indië.
Het hoge goudgehalte van 983/1000 — onveranderd sinds de invoering in 1586 — maakte de Dukaat zeer gewild bij de Indische bevolking, die er vaak sieraden van liet maken. Met een gewicht van 3,494 gram bevat elke Dukaat 3,434 gram puur goud.
Een bijzonder hoofdstuk in de Nederlandse muntgeschiedenis speelt zich af aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Na de Duitse inval in mei 1940 vestigde de Nederlandse regering zich in Londen en zag zich voor de taak geplaatst om de financiën van het Koninkrijk op peil te houden.
Bij Besluit van 20 Juli 1944 werd de Muntwet 1901 aangepast om aanmunting buiten 's Rijks Munt mogelijk te maken. In Philadelphia, San Francisco en Denver werden miljoenen Nederlandse munten geslagen, herkenbaar aan de muntletters P, S en D, en aan de eikel als muntmeesterteeken.
Schulman classificeerde de zeldzaamheid van munten met een systeem dat tot op heden wordt gehanteerd. Van standaard (S) voor gangbare munten tot RRRR voor unieke stukken en proeven.