Muntsoorten

Wat is een 2½ gulden waard?

Wat is een 2,5 gulden waard? De rijksdaalder van het Koninkrijk per jaartal (1840-1943), met zeldzaamheid, zilvergehalte en gratis taxatie door Schulman.

6

minuten leestijd

bijgewerkt op

August 5, 2026

Zilveren rijksdaalder met het portret van koning Willem III

Kort antwoord
Een 2½ gulden is altijd minimaal zijn zilverwaarde waard. Voor de meeste jaargangen is dat ook de praktijk: ze zijn in miljoenen geslagen en worden verhandeld rond de dagkoers van zilver. Bij vroege jaartallen, een klein muntteken of een uitzonderlijke kwaliteit ligt de veilingwaarde een veelvoud hoger. Het verschil tussen die twee situaties bepaalt of u uw munt het beste direct verkoopt of laat veilen.

Wat is een 2½ gulden?

De 2½ gulden is de rijksdaalder van het Koninkrijk: het grootste zilveren circulatiestuk van Nederland, geslagen vanaf 1840. U komt de munt tegen onder verschillende schrijfwijzen. 2,5 gulden, 2 1/2 gulden en rijksdaalder verwijzen allemaal naar hetzelfde stuk.

Let op één veelgemaakte verwarring. De rijksdaalder van de Republiek uit de 17e en 18e eeuw is een andere, zwaardere munt: circa 29 gram op 885/1000, geslagen door de afzonderlijke gewesten. De 2½ gulden hierna beschreven is de munt van het Koninkrijk, met het portret van de vorst op de voorzijde. Ook de leeuwendaalder wordt vaak een rijksdaalder genoemd, maar dat is weer een aparte handelsmunt.

Schulman veilt sinds 1880 Nederlandse munten. Juist bij de 2½ gulden lopen de waarden ver uiteen, van enkele tientjes zilverwaarde tot bedragen die in de duizenden lopen voor de zeldzaamste jaartallen in topkwaliteit.

Specificaties per periode

De munt is bijna een eeuw lang op dezelfde maat geslagen. Alleen het zilvergehalte is halverwege verlaagd, en dat is precies de knip die de zilverwaarde bepaalt.

PeriodeGewichtGehalteFijn zilver
1840–192825 gram945/1000circa 23,6 gram
1929–194325 gram720/1000circa 18 gram

De diameter is in beide gevallen circa 38 mm. Wilt u de smeltwaarde weten, vermenigvuldig dan het fijngewicht met de zilverprijs per gram van vandaag.

Zilverwaarde of verzamelwaarde

Dit is de kern van elke waardebepaling, en het is het eerste onderscheid dat wij bij binnenkomst maken.

Alleen zilverwaarde. Gewone jaartallen uit de grote oplages, in gecirculeerde staat en zonder bijzonderheden. Deze munten volgen de zilverprijs en worden per gewicht ingekocht.

Numismatische waarde. Een schaars jaartal, een klein muntteken, een proefslag of een exemplaar met originele muntglans. Hier is de zilverprijs niet meer dan de bodem en bepaalt de verzamelaarsvraag de prijs.

Een gemengde verzameling bevat vrijwel altijd beide categorieën. Wij splitsen die daarom bij taxatie: het courante zilver kopen wij direct in, de bijzondere stukken brengen wij in veiling.

Wat bepaalt de waarde van uw 2½ gulden

Vier factoren, in volgorde van belang:

  • Jaartal en oplage. De verschillen zijn groot. Sommige jaargangen zijn in miljoenen geslagen, andere in enkele tienduizenden.
  • Conditie. Bij deze grote zilveren munt is slijtage op de wang en het haar van de vorst het eerst zichtbaar. Originele glans en een scherp randschrift wegen zwaar mee.
  • Muntteken en variant. Kleine verschillen in het muntmeesterteken of het portrettype maken van een courant jaartal soms een zeldzaamheid.
  • Echtheid. Van de gezochte jaartallen bestaan vervalsingen, vaak gemaakt door het jaartal van een courante munt aan te passen.

Wilt u leren waar u zelf op kunt letten, lees dan zeldzame munten herkennen en hoe weet ik wat mijn oude munten waard zijn. Poets uw munt in geen geval op: dat kost vrijwel altijd waarde.

Zeldzaamheid van de 2½ gulden per vorst (1840–1943)

Hieronder staat per vorst welke jaartallen schaars zijn en welke courant. De indeling is gebaseerd op de oplage in combinatie met wat daarvan bewaard is gebleven, en op hoe vaak een jaartal in de handel opduikt.

We noemen bewust geen prijzen. Die bewegen mee met de zilverprijs en met vraag en aanbod. Wat niet beweegt is de zeldzaamheid, en dat is de factor die het verschil maakt tussen metaalwaarde en verzamelaarswaarde.

2½ gulden Willem I (1840)

JaartalOplageZeldzaamheid
184044.376Schaars

Onder Willem I is de rijksdaalder maar één jaar geslagen, in een kleine oplage. Let op: van dit jaartal zijn vervalsingen bekend.

2½ gulden Willem II (1841–1849)

JaartalOplageZeldzaamheid
184153.535Zeldzaam
1842909.883Vrij algemeen
1843742.659Schaars
1844278.534Schaars
1845 · zonder streepje3.589.217Vrij algemeen
1845 · met streepje505.330Vrij algemeen
1845 · lelie met parel163.868Schaars
1846 · lelie3.029.712Vrij algemeen
1846 · zwaardVrij algemeen
18478.958.675Algemeen
1847/4Algemeen
18488.839.330Algemeen
1848/4Algemeen
18491.582.927Vrij algemeen

1841 is met ruim 53.000 stuks veruit het schaarste jaartal. Bij 1845 en 1846 bepalen het streepje tussen kroon en wapenschild en het muntmeesterteken (lelie, lelie met parel of zwaard) welke variant u heeft.

2½ gulden Willem III (1849–1874)

JaartalOplageZeldzaamheid
1849439.307Vrij algemeen
18505.008.210Algemeen
18513.647.493Vrij algemeen
18524.546.764Algemeen
1852 · variantSchaars
1853234.128Schaars
1853/52Schaars
18544.334.526Algemeen
1854/52Schaars
18552.082.046Vrij algemeen
1856909.345Vrij algemeen
18573.353.072Vrij algemeen
18588.357.846Algemeen
18594.306.594Algemeen
1860847.104Vrij algemeen
1861876.003Schaars
18623.304.118Vrij algemeen
186350.652Zeldzaam
18642.033.644Vrij algemeen
18652.287.612Algemeen
18663.652.608Algemeen
18674.948.886Algemeen
18684.040.021Algemeen
18695.046.192Algemeen
18706.639.847Algemeen
18716.875.035Algemeen
187213.421.471Algemeen
18735.517.381Algemeen
18743.040.726Algemeen
1874 · zwaard met klaverblad9.755.000Algemeen

1863 is het sleutelstuk van de hele reeks: nog geen 51.000 stuks. Van dit jaartal zijn ook vervalsingen bekend. Na 1874 is de zilveren rijksdaalder ruim vijftig jaar niet meer geslagen.

2½ gulden Wilhelmina (1898–1943)

JaartalOplageZeldzaamheid
1898 · met punt100.000Schaars
1898 · zonder puntZeldzaam
19294.400.000Algemeen
193011.600.000Algemeen
19314.720.000Algemeen
1932 · normaal haar6.000.000Algemeen
1932 · grof haarVrij algemeen
19333.560.000Algemeen
19374.000.000Algemeen
1938 · normaal haar2.000.000Algemeen
1938 · grof haarVrij algemeen
19393.760.000Algemeen
19404.640.000Vrij algemeen
1943 · Denver, voor Indië2.000.000Algemeen

1898 is de kroningsrijksdaalder en met 100.000 stuks de schaarste van deze groep. Vanaf 1929 daalt het gehalte naar 720/1000 en gaan de meeste jaargangen op zilverwaarde. Van 1932 en 1938 met grof haar bestaan gevaarlijke jaartalvervalsingen; laat die altijd beoordelen.

Let op vervalsingen

Bij de gezochte jaartallen 1932 en 1938 met grof haar komen jaartalvervalsingen voor: een courante munt waarvan een cijfer is bijgewerkt. Ze zijn met het blote oog lastig te zien. Laat een exemplaar dat u als zeldzaam is verkocht altijd beoordelen, en overweeg bij een waardevol stuk professionele grading.

Uw 2½ gulden verkopen of laten veilen

Wij bekijken kosteloos wat u heeft en vertellen u eerlijk in welke categorie uw munten vallen. Heeft u een gemengde verzameling, dan splitsen wij die: het courante zilver kopen wij direct in, de bijzondere stukken brengen wij in veiling. Zo haalt u uit beide delen het maximale.

Dit geldt net zo goed voor verwante stukken. Heeft u naast rijksdaalders ook gouden tientjes, zilveren rijders of andere munten, breng ze dan gerust samen aan. Maak een afspraak voor taxatie of stuur ons foto's, dan laten wij u weten wat de mogelijkheden zijn.

bekijk ook

Wilt u munten of een verzameling verkopen?

Neem vrijblijvend contact met ons op voor een eerste inschatting of maak een afspraak voor een persoonlijke taxatie in Amsterdam.

Hulp

Veelgestelde vragen

Bekijk alle veelgestelde vragen

Wat is een 2,5 gulden waard?

Een 2½ gulden is altijd minimaal zijn zilverwaarde waard: circa 23,6 gram fijn zilver voor jaargangen tot en met 1928, circa 18 gram vanaf 1929. Bij schaarse jaartallen zoals 1841, 1863 en 1898, of bij een exemplaar met originele muntglans, ligt de veilingwaarde daar een veelvoud boven.

Is een 2,5 gulden hetzelfde als een rijksdaalder?

Ja. De 2½ gulden van het Koninkrijk wordt in de volksmond rijksdaalder genoemd. Let wel op het verschil met de rijksdaalder van de Republiek uit de 17e en 18e eeuw: dat is een zwaardere munt van circa 29 gram op 885/1000, geslagen door de afzonderlijke gewesten.

Hoeveel zilver zit er in een 2,5 gulden?

De munt weegt 25 gram. Tot en met 1928 is het gehalte 945/1000, wat neerkomt op circa 23,6 gram fijn zilver. Vanaf 1929 is het gehalte verlaagd naar 720/1000, oftewel circa 18 gram fijn zilver.

Welke jaartallen van de 2,5 gulden zijn zeldzaam?

1863 is het sleutelstuk van de hele reeks met nog geen 51.000 stuks. Daarnaast zijn 1841 (ruim 53.000 stuks) en de kroningsrijksdaalder van 1898 (100.000 stuks) schaars. Bij 1845 en 1846 bepaalt het muntmeesterteken welke variant u heeft.

Hoe herken ik een vervalste 2,5 gulden?

Van de gezochte jaartallen bestaan jaartalvervalsingen: een courante munt waarvan een cijfer is bijgewerkt. Dat geldt onder meer voor 1840, 1863 en voor 1932 en 1938 met grof haar. Met het blote oog is dat lastig te zien, dus laat een als zeldzaam verkocht exemplaar altijd beoordelen.

Waar kan ik mijn 2,5 gulden laten taxeren?

Schulman B.V. taxeert vrijblijvend en kosteloos. U kunt een afspraak maken op onze taxatiepagina of ons foto's sturen. Wij vertellen u eerlijk of uw munt op zilverwaarde gaat of geschikt is voor veiling.
Zilveren penning met ruiter te paard, zeventiende eeuw
Mis niets van

Onze aankomende veilingen