Kort antwoord
Een gouden tientje is minimaal de smeltwaarde van circa 6,048 gram fijn goud waard. In de praktijk ligt de prijs die handelaren bieden vaak lager dan de actuele goudprijs. Bij zeldzame jaartallen en hoge kwaliteit kan de veilingwaarde echter oplopen tot tienduizenden euro's.
Actuele goudprijs en indicatieve smeltwaarde
De actuele goudprijs hieronder geeft een indicatie van de smeltwaarde. Dit is geen vaste verkoopprijs en kan afwijken van handels- en veilingprijzen.
Wat wordt bedoeld met een gouden tientje?
Met “gouden tientje” bedoelt men de Nederlandse 10 gulden goudmunten die in de negentiende en vroege twintigste eeuw zijn geslagen. Deze munten hebben vaste technische specificaties en vormen een belangrijk onderdeel van het Nederlandse muntwezen. Een andere bekende Nederlandse gouden handelsmunt is de gouden dukaat.
In de praktijk gaat het vooral om uitgiften uit de periode van Willem I en latere regeringsjaren. Niet elk gouden tientje is zeldzaam. Veel jaartallen zijn courant en worden voornamelijk op goudwaarde verhandeld.
Waaruit bestaat de waarde van een gouden tientje?
De waarde van een gouden tientje bestaat uit drie samenhangende lagen:
- Smeltwaarde
- Handelsprijs
- Veilingwaarde
Smeltwaarde: de goudcomponent
Een gouden tientje weegt 6,72 gram en is geslagen in 900/1000 fijn goud. Dat betekent dat het stuk ongeveer 6,048 gram fijn goud bevat.
De smeltwaarde wordt berekend door dit gewicht te vermenigvuldigen met de actuele goudprijs per gram. Dit levert een rekenkundige ondergrens op, maar geen gegarandeerde verkoopprijs.
Actuele goudprijs is niet gelijk aan de handelsprijs
Een veelvoorkomend misverstand is dat een gouden tientje altijd exact de goudprijs volgt. In de praktijk is dat niet het geval.
De prijs die handelaren bieden ligt doorgaans onder de spotprijs van goud. Dit komt door:
- Inkoop- en verwerkingsmarges van de handelaar
- Het verschil tussen papieren goudprijs en fysieke handel
- Risico en liquiditeit: courante tientjes worden vaak als "bulk" ingekocht
Wanneer is een gouden tientje méér waard dan de goudwaarde?
Een gouden tientje krijgt echte numismatische waarde (verzamel- of veilingwaarde) wanneer het voldoet aan één of meer van de volgende criteria:
- Zeldzame jaartallen: bepaalde jaren zijn in zeer kleine aantallen geslagen
- Specifieke typen of varianten: zoals overslagen of proefafslagen
- Hoge kwaliteit: scherp detail, originele glans en minimale slijtage
- Verzamelgebied: past binnen een gespecialiseerde collectie
Bij dergelijke stukken kan de veilingwaarde een veelvoud van de smeltwaarde bedragen.
Vóór of na 1875: een belangrijk verschil in waarde
Een goede vuistregel bij gouden tientjes is het jaartal 1875. Vanaf dat jaar werd het type Willem III in grote oplages geslagen en later opgevolgd door de zeer omvangrijke uitgiften onder Wilhelmina (tot 1933). Deze munten zijn in courante kwaliteit ruim verkrijgbaar en worden vrijwel altijd verhandeld rond de actuele goudprijs, met aftrek van de gebruikelijke handelsmarge.
Gouden tientjes van vóór 1875, zoals de uitgiften onder Willem I, Willem II en de eerste jaargangen van Willem III, zijn in veel kleinere aantallen geslagen. Een aantal jaartallen uit deze periode is uitgesproken zeldzaam en in goede kwaliteit zelden te koop. Bij dergelijke stukken kan de veilingwaarde een veelvoud van de smeltwaarde bedragen, mits de munt:
- een scherp muntbeeld heeft met weinig slijtage;
- de originele glans (of mooie patina) nog draagt;
- vrij is van krassen, montagesporen of poetsbeschadigingen.
Een Wilhelmina-tientje uit 1912 in gemiddelde staat volgt de goudprijs. Een vroeg Willem I-tientje in Prachtige staat is daarentegen primair een verzamelobject waarvan de prijs door de markt wordt bepaald, niet door de goudkoers.
Zeldzame gouden tientjes: zeldzaamheid per heerser (1815–1933)
Welke gouden tientjes zijn nu echt zeldzaam en welke zijn courant? Onderstaande overzichten tonen per heerser de jaartallen, de bekende oplage en een algemene zeldzaamheidsgraad. We vermelden bewust geen prijzen: die schommelen mee met de goudprijs en de markt en verouderen snel. Wat wél houvast biedt, is de relatieve zeldzaamheid – hoe schaars een jaartal is ten opzichte van de andere.
Sommige jaartallen komen voor als overslag: een gecombineerd jaartal als 1832/22 betekent dat het jaartal 1832 over het oudere jaartal 1822 is geslagen. Overslagen zijn vrijwel altijd duidelijk schaarser dan de reguliere jaargang en staan daarom als aparte regel in de tabellen.
- Zeer zeldzaam – topstuk, zelden aangeboden
- Zeldzaam – moeilijk te vinden
- Schaars – beperkt aanbod
- Vrij algemeen – regelmatig verkrijgbaar
- Algemeen – courante handelsmunt, vlot verkrijgbaar
Willem I (1815–1840)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1818 (proefslag) | proefslag | Zeer zeldzaam |
| 1819 | 107.413 | Zeldzaam |
| 1820 | 33.187 | Zeer zeldzaam |
| 1822 | 47.560 | Zeldzaam |
| 1823 | 266.248 | Vrij algemeen |
| 1824 | 336.333 | Vrij algemeen |
| 1824 · Brussel | 3.639.006 | Algemeen |
| 1825 | 228.365 | Vrij algemeen |
| 1825 · Brussel | 3.821.019 | Algemeen |
| 1826 · Brussel | 78.562 | Zeldzaam |
| 1827 · Brussel | 133.736 | Schaars |
| 1828 | 14.640 | Zeer zeldzaam |
| 1828 · Brussel | 561.897 | Vrij algemeen |
| 1828/27 · Brussel (overslag) | — | Schaars |
| 1829 | 9.484 | Zeer zeldzaam |
| 1829 · Brussel | 83.943 | Zeldzaam |
| 1830 | 568.434 | Vrij algemeen |
| 1830/20–28 (overslagen) | — | Schaars |
| 1831 | 98.959 | Schaars |
| 1831/30 (overslag) | — | Schaars |
| 1832 | 1.372.334 | Vrij algemeen |
| 1832/22–31 (overslagen) | — | Schaars |
| 1833 | 721.362 | Vrij algemeen |
| 1837 | 457.686 | Vrij algemeen |
| 1839 (muntteken lelie) | 326.404 | Vrij algemeen |
| 1840 (muntteken lelie) | 2.760.356 | Algemeen |
| 1840/37 (overslag) | — | Schaars |
Jaartallen zonder vermelding zijn in Utrecht geslagen; "Brussel" betreft de Brusselse muntslag (muntteken B). De 1820, 1828 en 1829 uit Utrecht zijn de grote zeldzaamheden van deze reeks. De oplages van 1824 en 1825 · Brussel zijn gedocumenteerde aantallen; daarnaast is nog circa 30.000 stuks geslagen waarvan het jaartal niet te achterhalen is. Bij overslagen is de oplage inbegrepen bij het basisjaar.
Willem II (1840–1849)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1842 | 860 | Zeldzaam |
Onder Willem II is uitsluitend de jaargang 1842 als gouden tientje geslagen, met een zeer kleine oplage van 860 stuks. Het is daarmee een van de sleuteldata van de hele reeks.
Gouden Willem (negotiepenning t.w.v. 10 gulden)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1848 | 101 | Zeer zeldzaam |
| 1850 | proefslag | Zeer zeldzaam |
| 1851 | 10.000 | Zeldzaam |
De Gouden Willem is geen gewone gouden tientje maar een negotiepenning ter waarde van 10 gulden, met het muntteken zwaard. Alle drie de jaargangen zijn zeldzaam: 1848 (oplage 101) en de proefslag van 1850 worden zelden aangeboden.
Willem III (1849–1890)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1875 | 4.110.000 | Algemeen |
| 1875/74 (overslag) | — | Vrij algemeen |
| 1876 | 1.581.106 | Algemeen |
| 1877 | 1.108.149 | Algemeen |
| 1879 | 581.036 | Algemeen |
| 1879/77 (overslag) | — | Vrij algemeen |
| 1880 | 50.100 | Algemeen |
| 1885 | 67.095 | Algemeen |
| 1886 | 51.141 | Algemeen |
| 1887 | 40.754 | Algemeen |
| 1888 (muntteken hellebaard) | 35.585 | Vrij algemeen |
| 1889 (muntteken hellebaard) | 204.691 | Algemeen |
Vanaf 1875 wordt de gouden tientje in grote oplages geslagen; deze jaargangen zijn courant en volgen grotendeels de goudwaarde. De jaargangen 1875–1887 dragen het muntteken bijl, 1888–1889 het muntteken hellebaard. De oudere jaartallen 1849–1874 zijn als gouden tientje niet geslagen.
Wilhelmina (1890–1948)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1892 | 61 | Zeer zeldzaam |
| 1895/91 (overslag) | 149 | Zeer zeldzaam |
| 1897 | 453.696 | Algemeen |
| 1898 | 99.239 | Vrij algemeen |
| 1911 | 774.544 | Algemeen |
| 1912 | 3.000.000 | Algemeen |
| 1913 | 1.138.476 | Algemeen |
| 1917 | 4.000.000 | Algemeen |
| 1925 | 2.000.000 | Algemeen |
| 1926 | 2.500.000 | Algemeen |
| 1927 | 1.000.000 | Algemeen |
| 1932 | 4.323.952 | Algemeen |
| 1933 | 2.462.101 | Algemeen |
De jaargangen 1892 (oplage 61) en 1895/91 (oplage 149) zijn de absolute sleuteldata van de gouden tientje en worden zelden aangeboden. De 1897 komt voor met vaste en losse parels (kleine variant). De jaargangen 1897–1898 dragen het muntteken hellebaard, 1911–1933 het muntteken zeepaardje. De overige jaargangen zijn courant en volgen grotendeels de goudwaarde.
Hoogste veilingresultaten voor gouden tientjes bij Schulman
Onderstaande veilingresultaten laten zien hoe groot het verschil tussen smeltwaarde en veilingwaarde kan zijn.

10 Gulden 1828 – Willem I
Veilingresultaat: €110.000
Veiling: Selectieveiling 375 (april 2023)
Het gouden 10 gulden met jaartal 1828 geldt als de zeldzaamste gouden tientje uit de regering van Willem I. Deze uitgifte van type I a (1818–1837), geslagen in Utrecht met de muntmeestertekens fakkel en caduceus, is in de verzamelpraktijk uitzonderlijk schaars.
Ondanks een op het oog bescheiden oorspronkelijke oplage is dit jaartal sinds 1880 slechts tweemaal in een Schulman-veiling aangeboden en ontbreekt het in de collecties van J. Berkman, Rijnbende en Virgil M. Brand.

10 Gulden 1810 – Louis Napoleon
Veilingresultaat: €75.000
Dit gouden tientje werd geslagen tijdens de Franse periode onder Louis Napoleon, koning van Holland. De historische context, in combinatie met de beperkte beschikbaarheid en aanhoudende internationale vraag, maakt het tot een van de meest gewilde Nederlandse gouden munten.
Hoe weet u wat uw gouden tientje waard is?
De beste manier om de waarde van uw gouden tientje te bepalen is een professionele taxatie. Bij Schulman beoordelen wij:
- Het jaartal en type
- De kwaliteit en staat
- Eventuele bijzonderheden (varianten, herkomst)
- De actuele marktwaarde
Op basis hiervan adviseren wij of verkoop via veiling interessant is, of dat de smeltwaarde het maximum is dat u kunt verwachten.
Uw gouden tientje verkopen?
Wilt u een gouden tientje verkopen of inwisselen? Bij Schulman krijgt u niet de standaard goudprijs, maar een waardering waarin ook de verzamelwaarde meetelt. Zeldzame jaartallen brengen op een veiling vaak een veelvoud van de smeltwaarde op.
Stuur eenvoudig een foto in en laat uw gouden tientje gratis taxeren. U hoort binnen enkele dagen wat uw munt waard is en welke verkooproute het meest oplevert: directe verkoop of inbreng in een veiling.
Conclusie
Een gouden tientje is minimaal de smeltwaarde waard van circa 6 gram fijn goud. De werkelijke waarde hangt af van jaartal, kwaliteit en verzamelvraag. Voor een betrouwbare inschatting kunt u een afspraak maken voor taxatie bij Schulman.




