Kort antwoord: een gouden dukaat is altijd minimaal de smeltwaarde van circa 3,43 gram fijn goud waard. Courante handelsdukaten worden rond de actuele goudprijs verhandeld, met een handelsmarge eraf. Maar bij zeldzame jaartallen, een bijzondere kwaliteit of een schaars muntteken kan de veilingwaarde een veelvoud van de goudwaarde bedragen – en dat geldt nadrukkelijk óók voor dukaten van ná 1813.
Actuele goudprijs en indicatieve smeltwaarde
De waarde van een gouden dukaat begint bij de goudprijs. De rekenmodule hieronder toont de indicatieve smeltwaarde op basis van de actuele goudprijs. Dit is een rekenkundige ondergrens, geen vaste verkoopprijs: handels- en veilingprijzen kunnen hiervan afwijken.
De rekenmodule hierboven geeft de goudwaarde. Of uw dukaat daarnaast verzamelwaarde heeft, hangt af van gewest, jaartal en staat. Wilt u dat zeker weten, laat uw gouden dukaat dan gratis taxeren.
Wat is een gouden dukaat?
Met de gouden dukaat bedoelt men de Nederlandse gouden handelsmunt met de afbeelding van een staande, geharnaste ridder. De munt ontstond rond 1586 in de gewesten van de Republiek der Verenigde Nederlanden, naar voorbeeld van de internationaal gangbare Hongaarse dukaat, en groeide uit tot een belangrijke internationale handelsmunt. Verwar de gouden dukaat niet met de zilveren dukaton, een grotere zilveren handelsmunt met een ruiter te paard. Tot op de dag van vandaag wordt de gouden dukaat door de Koninklijke Nederlandse Munt geslagen – een van de langstlopende muntsoorten van Nederland.
Een gouden dukaat weegt 3,494 gram en is geslagen in 983/1000 fijn goud, oftewel ongeveer 3,43 gram fijn goud. Dat goudgehalte vormt de harde ondergrens van de waarde; de rest wordt bepaald door zeldzaamheid, kwaliteit en verzamelvraag.
Waaruit bestaat de waarde van een gouden dukaat?
De waarde van een gouden dukaat bestaat uit drie samenhangende lagen.
1. Smeltwaarde – de goudcomponent
De smeltwaarde is het gewicht aan fijn goud (circa 3,43 gram) maal de actuele goudprijs per gram. Dit is een rekenkundige ondergrens en geen gegarandeerde verkoopprijs.
2. Handelsprijs – waarom de goudprijs niet uw uitbetaling is
Een veelvoorkomend misverstand is dat een gouden dukaat exact de goudprijs volgt. De prijs die handelaren bieden ligt doorgaans onder de spotprijs van goud, door inkoop- en verwerkingsmarges, het verschil tussen papieren en fysieke goudprijs, en omdat courante dukaten vaak als bulk worden ingekocht. Bij Schulman weegt de verzamelwaarde mee in de waardering van gouden munten, niet alleen het goudgehalte.
3. Veilingwaarde – de numismatische premie
Bij zeldzame jaartallen, bijzondere typen of hoge kwaliteit ontstaat een numismatische premie bovenop de goudwaarde. Via een veiling brengt zo'n stuk vaak een veelvoud van de smeltwaarde op.
Wanneer is een gouden dukaat méér waard dan de goudwaarde?
Een hardnekkige aanname is dat alleen oude dukaten waardevol zijn en dat alles van ná 1813 simpelweg de goudprijs volgt. Dat klopt niet: zeldzame en kostbare dukaten komen uit álle periodes. Een gouden dukaat krijgt echte numismatische waarde wanneer aan een of meer van deze criteria wordt voldaan:
- Zeldzaam jaartal of gewest – bepaalde uitgiften zijn in zeer kleine aantallen geslagen;
- Schaars muntteken of variant – zoals de Brusselse muntslag of zeldzame overslagen;
- Bijzonder type – dubbele dukaten, proefslagen of piedforts;
- Hoge kwaliteit – scherp muntbeeld, originele glans en minimale slijtage, eventueel hoog gecertificeerd (NGC/PCGS).
De courante handelsdukaat – de grote, doorlopende oplages die de Koninklijke Nederlandse Munt sinds 1814 slaat – is in doorsnee kwaliteit ruim verkrijgbaar en volgt grotendeels de goudprijs. Zeldzame dukaten daarentegen kunnen een veelvoud van de smeltwaarde opbrengen. Welke jaartallen dat precies zijn, ziet u hieronder.
Zeldzame dukaten: zeldzaamheid per heerser (1814–heden)
Welke gouden dukaten zijn nu echt zeldzaam en welke zijn courant? Onderstaande overzichten tonen per heerser de jaartallen, de bekende oplage en een algemene zeldzaamheidsgraad. We vermelden bewust geen prijzen: die schommelen mee met de goudprijs en de markt en verouderen snel. Wat wél houvast biedt, is de relatieve zeldzaamheid – hoe schaars een jaartal is ten opzichte van de andere.
Veel van de zeer hoge oplagecijfers van Willem I, II en III zijn grotendeels in Sint-Petersburg (Rusland) geslagen als internationale handelsmunt; die zijn ondanks hun ouderdom relatief algemeen.
Sommige jaartallen komen voor als overslag: een gecombineerd jaartal als 1831/30 betekent dat het jaartal 1831 over het oudere jaartal 1830 is geslagen. Overslagen zijn vrijwel altijd duidelijk schaarser dan de reguliere jaargang en staan daarom als aparte regel in de tabellen.
- Zeer zeldzaam – topstuk, zelden aangeboden
- Zeldzaam – moeilijk te vinden
- Schaars – beperkt aanbod
- Vrij algemeen – regelmatig verkrijgbaar
- Algemeen – courante handelsdukaat, vlot verkrijgbaar
Zoek uw jaartal op in de tabellen hieronder. Staat er zeldzaam of zeer zeldzaam bij, dan is de goudwaarde vrijwel zeker niet het maximum en is een taxatie de eerste stap.
Gouden dukaat Willem I – soeverein-vorst (1813–1815)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1814 | 2.947.639 | Vrij algemeen |
| 1815 | 676.830 | Vrij algemeen |
| 1815 (muntmeesterteken klaverblad) | 617.236 | Vrij algemeen |
| 1816 | 221.870 | Vrij algemeen |
Gouden dukaat Willem I – koning (1815–1840)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1817 | 498.013 | Vrij algemeen |
| 1818 | 2.911.467 | Algemeen |
| 1819 | 111.301 | Vrij algemeen |
| 1820 | 10.419 | Schaars |
| 1821 | 15.073 | Schaars |
| 1822 | 11.971 | Schaars |
| 1824 · Brussel | ± 8.000 | Zeer zeldzaam |
| 1825 | 119.276 | Vrij algemeen |
| 1825 · Brussel | ± 55.043 | Zeldzaam |
| 1827 | 488.110 | Algemeen |
| 1827 · Brussel | ± 27.034 | Zeer zeldzaam |
| 1828 | 1.931.808 | Algemeen |
| 1828/27 (overslag) | — | Schaars |
| 1828 · Brussel | ± 534.200 | Algemeen |
| 1829 | 1.303.200 | Algemeen |
| 1829/28 (overslag) | — | Schaars |
| 1829 · Brussel | 246.538 | Schaars |
| 1830 | 2.000.000 | Algemeen |
| 1830 · Brussel | 11.186 | Zeer zeldzaam |
| 1831 | 1.410.915 | Algemeen |
| 1831/30 (overslag) | — | Schaars |
| 1832 | 1.000.000 | Schaars |
| 1832/31 (overslag) | — | Zeldzaam |
| 1833 | 597.303 | Schaars |
| 1834 | 150.000 | Schaars |
| 1835 | 650.000 | Vrij algemeen |
| 1835/32 (overslag) | — | Schaars |
| 1836 | 535.801 | Schaars |
| 1836/33 (overslag) | — | Schaars |
| 1836/35 (overslag) | — | Schaars |
| 1837 | 1.400.000 | Algemeen |
| 1838 | 1.200.000 | Algemeen |
| 1839 | 1.468.604 | Algemeen |
| 1839/36 (overslag) | — | Schaars |
| 1840 (muntmeesterteken fakkel) | onbekend | Vrij algemeen |
| 1840 (muntmeesterteken lelie) | 103.321 | Vrij algemeen |
Jaartallen zonder vermelding zijn in Utrecht geslagen; "Brussel" betreft de Brusselse muntslag. Oplages met ± zijn benaderingen; bij overslagen is de oplage inbegrepen bij het basisjaar. De Brusselse dukaten van 1824, 1827 en 1830 zijn de grote zeldzaamheden van deze reeks. De oplage van 1834 is vrijwel geheel in Sint-Petersburg geslagen, waardoor dit jaartal schaarser is dan het oplagecijfer doet vermoeden.
Gouden dukaat Willem II (1840–1849)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1841 (muntmeesterteken fakkel) | ca. 4.000.000 | Vrij algemeen |
| 1841 (muntmeesterteken lelie) | 95.760 | Vrij algemeen |
Onder Willem II zijn uitsluitend dukaten met het jaartal 1841 geslagen; de grote oplage met het muntteken fakkel is vrijwel geheel in Rusland geslagen.
Gouden dukaat Willem III (1849–1890)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1849 | 4.764.344 | Vrij algemeen |
| 1872 | 30.095 | Zeer zeldzaam |
| 1873 | 40.041 | Zeer zeldzaam |
| 1874 | 44.005 | Zeer zeldzaam |
| 1876 | 44.408 | Zeer zeldzaam |
| 1877 | 14.875 | Zeer zeldzaam |
| 1878 | 87.310 | Schaars |
| 1879 | 20.103 | Zeer zeldzaam |
| 1880 | 25.372 | Zeer zeldzaam |
| 1885 | 81.205 | Zeldzaam |
De oplage van 1849 is grotendeels in Rusland geslagen. Vrijwel alle latere jaargangen van Willem III behoren tot de bekendste zeldzaamheden van het Koninkrijk: 1872–1874 (muntmeesterteken zwaard) en 1876–1885 (muntmeesterteken bijl). Alleen 1878 en 1885 zijn iets ruimer voorhanden.
Gouden dukaat Wilhelmina (1890–1948)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1894 | 30.407 | Schaars |
| 1895 | 58.444 | Schaars |
| 1895/59 (overslag) | — | Zeldzaam |
| 1895/55 (overslag) | — | Zeldzaam |
| 1899 | 60.986 | Schaars |
| 1901 | 29.284 | Schaars |
| 1903 | 90.824 | Zeldzaam |
| 1903/01 (overslag) | — | Zeldzaam |
| 1905 | 87.995 | Schaars |
| 1906 | 29.379 | Zeer zeldzaam |
| 1908 | 91.006 | Schaars |
| 1909 (muntmeesterteken hellebaard met ster) | 106.020 | Schaars |
| 1909 (muntmeesterteken zeepaardje) | 30.182 | Zeldzaam |
| 1910 | 421.447 | Vrij algemeen |
| 1912 | 147.860 | Vrij algemeen |
| 1913 | 205.560 | Vrij algemeen |
| 1914 | 246.560 | Vrij algemeen |
| 1916 | 116.997 | Vrij algemeen |
| 1917 | 216.892 | Algemeen |
| 1920 | 293.389 | Algemeen |
| 1921 | 409.001 | Algemeen |
| 1922 | 49.837 | Vrij algemeen |
| 1923 | 106.674 | Algemeen |
| 1924 | 84.206 | Algemeen |
| 1925 | 573.071 | Algemeen |
| 1926 | 191.211 | Algemeen |
| 1927 | 654.424 | Algemeen |
| 1928 | 571.881 | Algemeen |
| 1932 | 88.268 | Schaars |
| 1937 | 116.660 | Algemeen |
De jaargang 1906 is de sleuteldatum van deze reeks. De overslagen 1895/59, 1895/55 en 1903/01 zijn aanmerkelijk zeldzamer en kostbaarder dan de reguliere jaargang; hun aantallen zijn inbegrepen bij de vermelde oplage.
Gouden dukaat Juliana (1948–1980)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1960 | 3.605 | Schaars |
| 1972 | 29.205 | Algemeen |
| 1974 (muntslag) | 86.558 | Algemeen |
| 1974 (medailleslag) | ca. 2.000 | Schaars |
| 1975 | 204.788 | Algemeen |
| 1976 | 37.844 (waarvan ca. 32.000 omgesmolten) | Schaars |
| 1978 | 29.305 | Algemeen |
De dukaten van Juliana zijn als verzamel- en handelsmunt geslagen en volgen grotendeels de goudwaarde. Uitzonderingen met een lage netto-oplage (1960, de medailleslag van 1974 en 1976) zijn schaarser.
Gouden dukaat Beatrix (1980–2013)
| Jaartal | Oplage | Zeldzaamheid |
|---|---|---|
| 1985 | 103.863 | Algemeen |
Onder Beatrix wordt de gouden dukaat voortgezet als verzamelaarsmunt; latere jaargangen (vanaf 2002) zijn in kleine, jaarlijkse oplagen geslagen.
Voorbeelden uit Schulman-veilingen
In recente Schulman-veilingen zijn gouden dukaten geveild die ver boven de goudwaarde uitkwamen. Gewest, jaartal, zeldzaamheid, kwaliteit en herkomst bepaalden samen het uiteindelijke bod. Een courante dukaat in doorsnee kwaliteit brengt zelden meer op dan de dagprijs van goud; een zeldzaam exemplaar in Prachtige of FDC-staat – uit de Republiek óf het Koninkrijk – kan duizenden euro's meer opleveren.

Gouden dukaat 1827 – Willem I
Veilingresultaat: €54.000
Veiling: Veiling 383 (maart 2025)
Type II d (1824-1830), geslagen in Brussel met muntmeesterteken palmtak en muntteken B. Sinds onze veiling 282 uit 1985 is dit jaartal niet meer bij ons voorgekomen.
In onze catalogus staat het stuk als RRR, uiterst zeldzaam jaartal. De goudwaarde van een dukaat ligt rond een fractie van dit bedrag.

Gouden dukaat 1824 – Willem I
Veilingresultaat: €41.000
Veiling: Veiling 383 (maart 2025)
Hetzelfde Brusselse type, en net zo zelden aangeboden: het vorige exemplaar dat wij veilden dateert uit 1986 (veiling 284, kavel 73).
Door NGC gegradeerd als AU58. Ook zonder topkwaliteit levert een jaartal dat vrijwel nooit op de markt komt een uitzonderlijk resultaat op.

Gouden dukaat 1906 – Wilhelmina
Veilingresultaat: €34.000
Veiling: Selectieveiling 380 (oktober 2024)
Type I a (1894-1908), met gepolijste stempels geslagen en door PCGS gegradeerd als PR63 Cameo. Volgens PCGS bestaat er slechts één hoger gegradeerd exemplaar.
In veertig jaar tijd is dit jaartal maar één keer eerder bij ons voorgekomen.
Herkent u uw jaartal in de tabellen hierboven als schaars of zeldzaam? Laat de dukaat dan beoordelen voordat u hem verkoopt. Stuur een foto in voor een gratis taxatie of bekijk wat verkopen van gouden munten bij Schulman inhoudt.
Gouden dukaat verkopen of laten taxeren
Wilt u weten wat úw gouden dukaat waard is, of overweegt u te verkopen? Dan is een professionele taxatie de beste eerste stap. Bij Schulman beoordelen wij:
- het gewest, jaartal en type;
- de kwaliteit en staat (zie munt grading);
- eventuele bijzonderheden (varianten, herkomst/provenance);
- de actuele marktwaarde.
Op basis daarvan adviseren wij of verkoop via veiling interessant is, of dat de smeltwaarde het maximum is dat u kunt verwachten. Juist bij zeldzame jaartallen of topkwaliteit levert een veiling vaak het beste resultaat. Maak een afspraak voor een vrijblijvende taxatie.
Conclusie
Een gouden dukaat is altijd minimaal de smeltwaarde van circa 3,43 gram fijn goud waard. De werkelijke waarde hangt af van gewest, jaartal, kwaliteit en verzamelvraag – en zeldzame, kostbare dukaten komen uit zowel de Republiek als het Koninkrijk. Twijfelt u of u een courant of zeldzaam exemplaar heeft? Maak een afspraak voor een betrouwbare taxatie bij Schulman.







