Muntsoorten

Wat is een gouden vijfje waard?

Wat is een gouden vijfje waard? Ontdek goudwaarde versus verzamelwaarde, de zeldzame jaartallen per vorst en wanneer uw 5 gulden goud meer opbrengt dan de goudprijs.

7

minuten leestijd

bijgewerkt op

October 30, 2026

Gouden vijfje (5 gulden) uit 1843, Willem II

Kort antwoord
Een gouden vijfje is minimaal de smeltwaarde van circa 3,028 gram fijn goud waard. Verreweg de meeste vijfjes zijn het Wilhelmina-vijfje uit 1912, dat in de praktijk rond de goudprijs wordt verhandeld. De vroege vijfjes van Willem I en vooral de kleine uitgiften van Willem II en Willem III brengen op een veiling een veelvoud van de goudwaarde op.

Actuele goudprijs en indicatieve smeltwaarde

De actuele goudprijs geeft een indicatie van de smeltwaarde. Dit is geen vaste verkoopprijs en kan afwijken van handels- en veilingprijzen.

Het blok hierboven rekent de goudwaarde uit. Of uw vijfje daarnaast verzamelwaarde heeft, hangt af van het jaartal en de staat van de munt. Wilt u dat zeker weten, laat uw gouden vijfje dan gratis taxeren.

De goudwaarde is de bodem, niet het plafond

De duurste vijfjes in onze recente veilingen brachten elk €6.500 op: een 1843 van Willem II en een halve gouden Willem van 1851. Dat is een veelvoud van de goudwaarde. Jaartal en staat maken dat verschil. Stuur een foto van de voor- en keerzijde, dan bepalen onze numismaten waar uw exemplaar in die reeks staat.

Gratis taxatie aanvragen
Zeldzaamheid per jaartal bekijkenWillem IWillem IIWillem IIIWilhelmina

Wat wordt bedoeld met een gouden vijfje?

Met gouden vijfje bedoelt men de Nederlandse 5 gulden goudmunt. Het is de kleine broer van het gouden tientje: hetzelfde gehalte, precies het halve gewicht. In de volksmond heet het stuk ook gouden 5 gulden of 5 gulden goud. Dat is dezelfde munt.

Anders dan het tientje is het vijfje maar in een handvol jaren geslagen: in 1826 en 1827 onder Willem I, in 1843 en 1848 onder Willem II, in 1850 en 1851 onder Willem III en voor het laatst in 1912 onder Wilhelmina. Het vijfje uit 1912 is met circa een miljoen stuks verreweg het bekendst en wordt voornamelijk op goudwaarde verhandeld.

De vijfjes van 1848, 1850 en 1851 zijn formeel halve gouden Willems of halve negotiepenningen. De muntwet van 1847 maakte zilver de standaard; goud was daarna geen wettig betaalmiddel meer. De negotiepenning werd geslagen voor de internationale handel, zonder vaste koers. Voor verzamelaars horen ze wel bij de reeks van het gouden vijfje.

Verwar het gouden vijfje niet met de 5 gulden van nikkelbrons die van 1988 tot 2001 in omloop was. Die munt heeft geen goudwaarde.

Waaruit bestaat de waarde van een gouden vijfje?

De waarde van een gouden vijfje bestaat uit drie samenhangende lagen:

  • Smeltwaarde
  • Handelsprijs
  • Veilingwaarde

Smeltwaarde: de goudcomponent

Een gouden vijfje weegt 3,3645 gram en is geslagen in 900/1000 fijn goud. Dat betekent dat het stuk ongeveer 3,028 gram fijn goud bevat, precies de helft van een gouden tientje. De diameter is circa 18 mm; de vijfjes van vóór 1912 zijn met circa 18,5 mm iets groter.

De smeltwaarde wordt berekend door dit gewicht te vermenigvuldigen met de actuele goudprijs per gram. Dit levert een rekenkundige ondergrens op, maar geen gegarandeerde verkoopprijs.

Actuele goudprijs is niet gelijk aan de handelsprijs

De prijs die handelaren bieden ligt doorgaans onder de spotprijs van goud. Dit komt door:

  • Inkoop- en verwerkingsmarges van de handelaar
  • Het verschil tussen papieren goudprijs en fysieke handel
  • Risico en liquiditeit: courante vijfjes worden vaak als bulk ingekocht

Bij een kleine munt als het vijfje weegt een vaste marge per stuk relatief zwaar. Het verschil tussen goudprijs en bod is daardoor naar verhouding vaak groter dan bij het tientje.

Wanneer is een gouden vijfje méér waard dan de goudwaarde?

Bij het vijfje bepalen vier dingen of er verzamelwaarde bovenop het goud komt:

  • Een klein jaartal. Van 1843 zijn 1.595 stuks geslagen, van 1851 10.000 en van 1848 maar 84. Zulke jaartallen worden vrijwel nooit op goudwaarde verhandeld, ook niet in matige staat.
  • Kwaliteit. Een gewoon jaartal in topstaat brengt meer op dan de goudprijs. Een Brussels vijfje van 1826 met een NGC-grade MS64 ging bij ons voor €1.200, terwijl een gedragen exemplaar van dat jaartal maar weinig boven de goudwaarde uitkomt.
  • Proofs. Van 1912 bestaan exemplaren die met gepolijste stempels zijn geslagen. Ze zien er spiegelend uit en zijn veel zeldzamer dan het gewone vijfje van dat jaar.
  • Varianten. Bij het Brusselse vijfje van 1827 bestaat een uitvoering met een gesloten en een met een open B als muntteken. Voor de prijs maakt het weinig uit, voor een specialist wel.

Herkent u een van deze kenmerken op uw munt? Laat hem beoordelen voordat u hem als goud verkoopt.

Wat levert een gouden vijfje vandaag op?

De dagwaarde van een gouden vijfje is de waarde van het goud dat erin zit: 3,028 gram fijn goud maal de actuele goudprijs per gram. Wat een vijfje werkelijk opbrengt, hangt af van de route die u kiest:

  • Directe verkoop: u ontvangt een prijs die is afgeleid van de dagwaarde. Meer hierover op gouden munten verkopen.
  • Verkoop via een veiling: bij een vijfje uit 1912 levert dit meestal weinig extra op boven de goudwaarde. Bij een vroeg of zeldzaam jaartal kan de opbrengst een veelvoud van de dagwaarde zijn. Bekijk onze aankomende veilingen.
  • Bewaren: de goudcomponent volgt de goudprijs, de verzamelwaarde volgt de vraag onder verzamelaars. Die twee bewegen niet gelijk op.

De dagwaarde is dus de bodem en niet het plafond. Een taxatie wijst uit welke route in uw geval het verstandigst is.

1912 of ouder: het belangrijkste verschil in waarde

De vuistregel bij het gouden vijfje is eenvoudig: kijk eerst of er 1912 op staat. Het Wilhelmina-vijfje is in één jaar in een oplage van circa een miljoen stuks geslagen. In courante kwaliteit wordt het vrijwel altijd verhandeld rond de actuele goudprijs, met aftrek van de gebruikelijke handelsmarge.

Alle andere vijfjes zijn ouder en schaarser. Die van Willem I zijn in 1826 en 1827 in Utrecht en Brussel geslagen en komen regelmatig voor, maar in goede kwaliteit veel minder vaak. De vijfjes van Willem II en Willem III zijn in aantallen van 84 tot 10.000 stuks geslagen en worden zelden aangeboden. Bij zulke stukken kan de veilingwaarde een veelvoud van de smeltwaarde bedragen, mits de munt:

  • een scherp muntbeeld heeft met weinig slijtage;
  • de originele glans nog draagt;
  • vrij is van krassen, montagesporen of poetsbeschadigingen.

Weet u niet zeker tot welke groep uw munt hoort? Laat het jaartal en de staat beoordelen voordat u de munt als goud van de hand doet.

Weet u welk jaartal en muntteken u heeft?

In de tabellen hieronder scheelt dat het verschil tussen algemeen en zeldzaam. Stuur een foto van de voor- en keerzijde, dan determineren onze numismaten jaartal, muntteken en staat.

Laat uw munt beoordelen

Zeldzame gouden vijfjes: zeldzaamheid per vorst (1826–1912)

Onderstaande overzichten tonen per vorst de jaartallen, de bekende oplage en een algemene zeldzaamheidsgraad. We vermelden bewust geen prijzen: die schommelen mee met de goudprijs en de markt en verouderen snel. Wat wél houvast biedt, is de relatieve zeldzaamheid.

  • Zeer zeldzaam – topstuk, zelden aangeboden
  • Zeldzaam – moeilijk te vinden
  • Schaars – beperkt aanbod
  • Vrij algemeen – regelmatig verkrijgbaar
  • Algemeen – courante handelsmunt, vlot verkrijgbaar

Staat er bij uw jaartal zeldzaam of zeer zeldzaam, dan is de goudwaarde vrijwel zeker niet het maximum en is een taxatie de eerste stap.

Gouden vijfje Willem I (1826–1827)

JaartalOplageZeldzaamheid
1826 · Brussel703.794Vrij algemeen
1827517.828Schaars
1827 · Brussel1.381.533Vrij algemeen

Het jaartal zonder vermelding is in Utrecht geslagen, met muntteken mercuriusstaf en muntmeesterteken brandende fakkel. De Brusselse stukken dragen muntteken B en muntmeesterteken palmtak. Van 1827 Brussel bestaan twee uitvoeringen: de gewone met een gesloten B en een variant met een open B. In Brussel zijn daarnaast nog 224.303 vijfjes geslagen waarvan niet meer te achterhalen is of ze 1826 of 1827 dragen; die komen in een onbekende verhouding bij beide oplages. Van 1826 bestaat ook een proefslag in tin, die geen goudwaarde heeft.

Gouden vijfje Willem II (1840–1849)

JaartalOplageZeldzaamheid
18431.595Zeldzaam
1848 (halve gouden Willem)84Zeer zeldzaam

Het vijfje van 1843 is het enige reguliere gouden vijfje van Willem II, met het portret van I.P. Schouberg en muntmeesterteken lelie. De halve gouden Willem van 1848 heeft een ander ontwerp: het wapen staat tussen twee samengebonden eikentakken, met daarboven jaartal, gewicht en gehalte. Het muntmeesterteken is een zwaard. Met 84 stuks is het een van de grootste zeldzaamheden van het Koninkrijk.

Halve gouden Willem, Willem III (1850–1851)

JaartalOplageZeldzaamheid
1850 (proefslag)onbekendZeldzaam
185110.000Schaars

Onder Willem III is het vijfje alleen als halve gouden Willem geslagen, met het portret van D. van der Kellen jr. (signatuur VDK) en muntmeesterteken zwaard. Van 1850 zijn uitsluitend proefslagen bekend. Let op: van de halve gouden Willem van 1851 zijn vervalsingen in omloop. Daarna is ruim zestig jaar geen gouden vijfje meer geslagen.

Gouden vijfje Wilhelmina (1890–1948)

JaartalOplageZeldzaamheid
19121.000.000Algemeen
1912 (proof, gepolijste stempels)—Zeldzaam

Het enige gouden vijfje van Wilhelmina, met het portret in hermelijnen mantel van J.C. Wienecke. Anders dan de oudere vijfjes draagt het geen muntteken en geen muntmeesterteken, en het is met 3,36 gram en 18 mm iets kleiner. Het gewone vijfje volgt in courante kwaliteit grotendeels de goudwaarde. De proofs zijn met gepolijste stempels geslagen; hun aantal is niet bekend en zit in de oplage van een miljoen.

Hoogste veilingresultaten voor gouden vijfjes bij Schulman

Meer records uit onze veilingen staan bij de numismatische topstukken. Onderstaande resultaten laten zien hoe ver een vijfje boven de goudwaarde kan uitkomen. Bedragen zijn hamerprijzen, exclusief opgeld.

Staat uw jaartal in de tabellen hierboven als schaars of zeldzaam? Dan loont het om de munt te laten beoordelen voordat u hem verkoopt. Stuur een foto in voor een gratis taxatie of bekijk wat verkopen van gouden munten bij Schulman inhoudt.

5 Gulden 1843 – Willem II, voor- en keerzijde

5 Gulden 1843 – Willem II

Veilingresultaat: €6.500
Veiling: Veiling 391 (april 2026)

Het enige reguliere vijfje van Willem II, in een oplage van 1.595 stuks. Dit exemplaar kwam uit de collectie Rethmeier en is door PCGS gegradeerd als MS65: vrijwel zoals het van de stempel kwam.

De schatting stond op €2.000. Dat het ruim drie keer zo hoog eindigde, laat zien wat een klein jaartal in topkwaliteit doet.

Bekijk het kavel

Halve gouden Willem 1851 – Willem III, voor- en keerzijde

Halve gouden Willem 1851 – Willem III

Veilingresultaat: €6.500
Veiling: Veiling 391 (april 2026)

Een halve gouden Willem met het portret van Van der Kellen, eveneens uit de collectie Rethmeier, gegradeerd PCGS MS64. Van 1851 zijn 10.000 stuks geslagen, maar exemplaren in deze staat zijn zeldzaam.

De schatting was €1.000. In dezelfde veiling bracht het vijfje van 1843 hetzelfde bedrag op.

Bekijk het kavel

5 Gulden 1912 proof – Wilhelmina, voor- en keerzijde

5 Gulden 1912 proof – Wilhelmina

Veilingresultaat: €5.000
Veiling: Veiling 379 (juni 2024)

Hetzelfde jaartal als het courante vijfje, maar geslagen met gepolijste stempels. Als proof hebben wij dit vijfje sinds 1880 maar enkele keren mogen verhandelen. Dit exemplaar is gegradeerd PCGS PR63.

Een gewoon vijfje van 1912 ging in E-veiling 18 (oktober 2025) voor €300, rond de goudwaarde. Hetzelfde jaartal kan dus een factor zestien schelen.

Bekijk het kavel

Ter vergelijking: gewone jaartallen

Een vijfje van Willem I uit 1827 ging in E-veiling 14 (oktober 2024) voor €525, duidelijk boven de goudwaarde van dat moment. Een Brussels vijfje van 1826 in topkwaliteit (NGC MS64) bracht in Veiling 383 (maart 2025) €1.200 op.

Bekijk het kavel uit 1827

Uw gouden vijfje verkopen of laten veilen?→

Wij bekijken welke route het meeste oplevert: direct verkopen of een plek in de veiling.

Een gouden vijfje in een hanger of ketting

Juist het kleine vijfje is vaak als sieraad gedragen. Voor de waarde maakt het uit hoe de munt is gevat.

  • Vastgesoldeerd oogje of montuur: hierbij is de munt zelf bewerkt. De verzamelwaarde vervalt vrijwel altijd en de goudwaarde blijft over. Ook het gewicht kan zijn veranderd door toegevoegd soldeer.
  • Klemvatting of schroefrand: de munt zit los in de houder en het metaal is niet bewerkt. Hier telt de verzamelwaarde vaak nog mee, afhankelijk van sporen op de rand, krassen en slijtage door het dragen.

Haal een vatting nooit zelf weg. Bij een zeldzaam jaartal richt het loswrikken vaak meer schade aan dan de vatting zelf. Laat de munt eerst beoordelen.

Let op kopieën

Van het gouden vijfje zijn kopieën in omloop, onder meer in 14-karaats goud. Die zien er op het eerste gezicht echt uit, maar bevatten minder goud. Een echt vijfje weegt 3,36 gram; een afwijkend gewicht of een vage rand is reden om de munt te laten controleren voordat u koopt of verkoopt.

Voor verzamelaars is vooral de halve gouden Willem van 1851 een risico: daarvan zijn vervalsingen bekend die goed genoeg zijn om voor de verzamelwaarde verkocht te worden. Koop een duur vijfje bij voorkeur gecertificeerd door NGC of PCGS, of laat het eerst door een specialist beoordelen.

Hoe weet u wat uw gouden vijfje waard is?

De beste manier om de waarde te bepalen is een professionele taxatie. Bij Schulman beoordelen wij:

  • Het jaartal en muntteken
  • De kwaliteit en staat (zie munt grading)
  • De echtheid
  • De actuele marktwaarde

Op basis hiervan adviseren wij of verkoop via veiling interessant is, of dat de smeltwaarde het maximum is dat u kunt verwachten.

Uw gouden vijfje verkopen?

Wilt u een gouden vijfje verkopen? Bij Schulman krijgt u niet alleen de goudprijs, maar een waardering waarin ook de verzamelwaarde meetelt. Stuur eenvoudig een foto in en laat uw gouden vijfje gratis taxeren. U hoort binnen enkele dagen wat uw munt waard is en welke route het meest oplevert: directe verkoop of inbreng in een veiling.

Meer dan één munt, of een hele verzameling?

Wij nemen de verzameling door en bepalen per stuk wat direct verkocht kan worden en wat naar de veiling gaat.

Plan een taxatie

Conclusie

Een gouden vijfje is minimaal de smeltwaarde waard van ruim 3 gram fijn goud. Een gewoon vijfje uit 1912 blijft daar meestal dichtbij. De oudere jaartallen, de proofs van 1912 en vooral de vijfjes van Willem II en Willem III kunnen een veelvoud opbrengen: in onze veilingen tot €6.500. Wilt u weten hoe waardebepaling in het algemeen werkt, lees dan hoe u bepaalt wat uw oude munten waard zijn. Voor een betrouwbare inschatting kunt u een afspraak maken voor taxatie bij Schulman.

bekijk ook

Wilt u munten of een verzameling verkopen?

Neem vrijblijvend contact met ons op voor een eerste inschatting of maak een afspraak voor een persoonlijke taxatie in Amsterdam.

Hulp

Veelgestelde vragen

Bekijk alle veelgestelde vragen

Wat is een gouden vijfje minimaal waard?

Een gouden vijfje (5 gulden goud, geslagen tussen 1826 en 1912) is in elk geval de smeltwaarde waard: circa 3,028 gram fijn goud. De munt weegt 3,3645 gram en is geslagen in 900/1000 goud.

Is een gouden vijfje uit 1912 meer waard dan de goudprijs?

Meestal niet. Het Wilhelmina-vijfje van 1912 is in een oplage van circa 1 miljoen stuks geslagen en wordt in gecirculeerde staat rond de goudwaarde verhandeld. Alleen een exemplaar in uitzonderlijke kwaliteit, met originele muntglans, of een proof met gepolijste stempels brengt duidelijk meer op.

Welke gouden vijfjes zijn zeldzaam?

De sleutelstukken zijn de gouden vijfjes van Willem II uit 1843 (1.595 stuks) en de halve gouden Willems van 1848 (84 stuks), 1850 (alleen proefslagen) en 1851 (10.000 stuks). De vijfjes van Willem I uit 1826 en 1827 zijn schaarser dan het vijfje van 1912, maar worden regelmatig aangeboden.

Hoe weet ik of mijn gouden vijfje geschikt is voor veiling?

Dat hangt af van jaartal, muntteken en staat. Een courant vijfje uit 1912 gaat doorgaans op goudwaarde; een vroeg of zeldzaam jaartal hoort in een veiling. Stuur een foto van voor- en keerzijde voor een gratis taxatie, dan adviseren wij welke route het meeste oplevert.

Is een 5 gulden munt van Beatrix ook van goud?

Nee. De 5 gulden munten die van 1988 tot 2001 in omloop waren, zijn van nikkelbrons en hebben geen goudwaarde. Met een gouden vijfje wordt de gouden 5 gulden van 1826 tot en met 1912 bedoeld.

Waar kan ik mijn gouden vijfje laten taxeren?

Schulman taxeert kosteloos en vrijblijvend. Maak een afspraak via de taxatiepagina of stuur foto's van voor- en keerzijde. Wij vertellen u of uw vijfje op goudwaarde gaat of geschikt is voor veiling.
Zilveren penning met ruiter te paard, zeventiende eeuw
Mis niets van

Onze aankomende veilingen